Olaf van Hees Pianoforte Restauratie

Geplaatst op 17 oktober 2018, in categorie Muziek

Pianowatte ?? Ja, goed gelezen: pianoforte. Dat is de bet-overgrootvader van de moderne piano, of voor de modernen onder ons, van de electrische piano.

Tweede helft 18e eeuw – eerste helft 19e eeuw. Een soort dinosaurus piano, maar dan wel veel kleiner dan de moderne piano. Tegenwoordig heel erg in, ik bedoel de pianoforte, niet de dinosaurus, hoewel…..

Als je de klassieke muziek echt goed wil spelen, moet je dat eigenlijk spelen op een instrument uit de tijd van de componist. Denk aan Mozart, Haydn, Schubert, etc., om maar de meest bekende te noemen. Die speelden op vleugelmodellen van pianofortes, maar meestal werd al die pianomuziek op tafelpiano’s gespeeld, piano’s in de vorm van een tafel.

Originele pianoforte vleugels zijn er niet zoveel meer, en als ze er zijn, zijn ze bijkans onbetaalbaar, maar tafelpiano’s zijn er nog wel te vinden voor een redelijke prijs, maar meestal in slechte staat. En als men ze in speelbare staat wil hebben, komen ze vaak bij mij, en ik maak er iets moois van. Maar helaas moet ik ook vaak adviseren dat die het in de open haard beter doet dan op het concertpodium.

 

Soms ziet iets er hopeloos uit, maar dan heb je gelukkig het oog van de expert die er toch iets moois in ziet.

Vorig jaar kreeg ik een Nederlands instrument in handen, een Charles Kadel ca. 1797-1800 uit Amsterdam. Op een verschrikkelijke manier mishandeld begin jaren 80 door wat wij altijd “de plaatselijke pianostemmer” noemen; die kunnen het nooit laten zo’n oud instrument te “verbeteren”. Nou, deze had zich ongeremd uitgeleefd. Grote, massief messing stangen en stalen bouten, moderne stempennen, en ga zo maar door. Zangbodem totaal vernield.

Dat moet er dus allemaal uit, want ik wil een instrument in originele staat terugbrengen. Dan zie je tot je afgrijzen nog meer ellende tevoorschijn komen:

En zo ga je door met strippen tot op het bot:

Het gaat er steeds hopelozer uitzien, maar je weet het gewoon: dit gaat iets heel moois, iets heel bijzonders worden !

En na meer dan een jaar hard werken staat er dan zo iets in de werkplaats, zo mooi, zo typisch Hollands vroeg Empire, met al dat schitterende sierfineer, al dat fraai messing inlegwerk.

En dan die ragfijne, glasheldere klank: vederlicht en zilverkleurig. Over drie weken moet ik afscheid nemen, dan gaat dit schitterende stukje Hollandse cultuurgeschiedenis naar de opdrachtgever in Hongarije.

“Partir c’est mourir un peu” zeggen de Fransen. Afscheid nemen is een beetje sterven, inderdaad. Met pijn in mijn hart neem ik afscheid van zoiets moois. Maar met het gelukkige vooruitzicht dat er in de werkplaats nog een heleboel lelijke eendjes staan om weer tot schitterende zwanen getransformeerd te worden. Daarover een volgende keer.